Casestudy: aan de slag met low code, maar hoe begin je?

De kogel is door de kerk: de geplande applicatie of dienst wordt met low-code gemaakt. Maar welke eerste stappen moet je dan zetten en waar moet je op letten? PhenoVation vertelt over zijn begin met low-code.

De keuze om met low-code aan de slag te gaan, is slechts het begin van het proces. Daarop volgt direct een volgende keuze: welk platform kies je? De markt bestaat inmiddels uit talloze aanbieders, ieder met hun eigen specialisme. Een platform als Mendix laat je bijvoorbeeld razendsnel een applicatie maken, terwijl concurrent Appian zich meer op werkautomatisering richt. En dan zijn er ook nog no-code-aanbieders als Betty Blocks die ervoor zorgen dat je helemaal niet meer hoeft te programmeren.

Voor met low-code gewerkt kan worden, is enige voorbereiding dus van belang. PhenoVation ging daarom om de tafel met meerdere aanbieders. Voor hen was met name van belang dat de uiteindelijke applicatie veel business complexiteit kan bevatten, flexibel is en dat de datakwaliteit gewaarborgd blijft. PhenoVation maakt camerasystemen voor fenotypering: onderzoek naar gewassen op basis van waarneembare factoren.

“Het grootste probleem waar we bij fenotypering tegenaanlopen is dat je wel heel veel mooie apparatuur kunt kopen, maar het stukje software vaak wordt overgeslagen”, vertelt technical sales manager Vincent Jalink. De software die er is, moet vaak met de hand ingesteld worden. Dat kost heel veel tijd: “Bij onze klant, een Duitse multinational, lopen ze nu ruim een half jaar achter met de analyse van hun data.” Met de nieuwe applicatie moeten metingen van iedere plant nagenoeg real-time geanalyseerd worden.

 

Uitgebreide analyse nodig  

Zo’n applicatie wordt echter al snel behoorlijk complex. “Alles praat met elkaar, zowel de camera’s als de apparatuur voor liquid handeling en alle sensoren. De applicatie moet een barcode inlezen, die naar alle camera’s opsturen en deze valideren. Daarnaast is er een quality check in de camera’s ingebouwd. De camera’s controleren of alle beelden wel goed zijn opgenomen. Is dat niet zo, dan moet er een alarm afgaan naar de gebruiker toe. En dan hebben we het nu alleen nog maar over het meten van data”, legt Jalink uit.

De software moet de data ook nog automatiseren. Daarbij gaat het om grote hoeveelheden informatie: twee keer per dag worden 320 welplaten – bakjes met 96 vakjes waar de plantjes ingroeien – automatisch onder de camera’s gezet. De software moet controleren of de plantjes wel goed gegroeid zijn en een vakje anders uitsluiten uit de data. Pas na die controle wordt de data geanalyseerd.

Zo’n applicatie moet dus behoorlijk wat kunnen. Daarom besloot Jalink met USoft in zee te gaan, een low-code-aanbieder die zich specifiek op complexe systemen richt. De eerste stap die USoft vervolgens nam in het ontwikkelen van die applicatie, was een uitgebreide analyse maken. “Eén van de risico’s in zo’n project is dat je met mensen werkt die geen of weinig verstand van IT hebben”, verklaart CCO Roel Spans van USoft. “Daarom zijn we begonnen met een zesweekse definitiestudie, waarin we heel helder besproken hebben wat de klant van PhenoVation exact nodig heeft.”

Opvallend is dat die eerste stap ook direct voor de grootste uitdagingen zorgt. “Je moet mensen er wel even van overtuigen dat je die analysefase in wil. Tegenwoordig denkt iedereen: ik heb een scrumboard, dus ik schrijf even snel wat dingetjes op en dan heb ik mijn applicatie.” Volgens Spans is dat in sommige gevallen ook niet erg: “Als je alleen een front-end applicatie gaat bouwen, dan moet je vooral niet al te ingewikkelde analyses gaan doen. Dan wordt iedereen gek. Maar in dit geval hebben zij die zes weken als heel plezierig ervaren, omdat ze nu zeker weten dat wij precies begrijpen wat er gebouwd moet worden.”

“Als je alleen een front-end applicatie gaat bouwen, dan moet je vooral niet al te ingewikkelde analyses gaan doen. Dan wordt iedereen gek”.

 

Van analyse naar regels en code Processes

Zodra concreet is wat er precies gebouwd moet worden, kan het werk aan de applicatie van start gaan. Bij USoft betekent dit dat de eisen uit de analyse worden omgezet in ‘business rules’: duidelijk geschreven regels die het gedrag van processen regelen en ervoor zorgen dat besluitvorming automatisch en real-time verloopt.

“Op basis van die regels maak je dan een applicatie waar een Oracle of SQL-database onder zit”, vertelt Spans. Die applicatie wordt grotendeels aan de hand van de business rules en eerder gemaakte designs opgebouwd, maar er moet ook wat geprogrammeerd worden. Juist bij fenotypering komt het namelijk voor dat de scope net iets anders moet, of dat er een nieuwe functie bij moet komen. De applicatie moet dus flexibel genoeg zijn om dat mogelijk te maken.

Daarom is met Python nog een stuk intelligentie toegevoegd waarmee pipelines aangeroepen kunnen worden. Zo’n pipeline bevat stukken software die bepaalde opdrachten geven, zoals de achtergrond weghalen of alleen de groene pixels laten zien. “Dat doen we nu met PlantCV in Python, dat afgeleid is van OpenCV. De makers hebben OpenCV naar de plant toegeschreven en dat goed gedocumenteerd. Dus als een onderzoeker een iets wil veranderen of toevoegen, dan kan hij dat heel makkelijk zelf doen via een pipeline, waar dan weer een executable uitkomt. Zo’n executable mag in van alles gemaakt zijn, bijvoorbeeld MatLab of dus Python.”

 

Bijna klaar

Het bouwen van de applicatie vordert nu snel. De twee bedrijven begonnen hun samenwerking in november en verwachten half februari klaar te zijn voor tests en acceptatie. “Als dit niet snel gaat, dan mag je de term ‘low-code’ ook wel weghalen”, lacht Spans.

 

FENOTYPING

Fenotypering is een wetenschap die bijdraagt aan het proces om nieuwe rassen te ontwikkelen. Hiervoor worden grote aantallen planten beoordeeld om de beste te selecteren. Dat gebeurt aan de hand van het fenotype: het totaal van alle waarneembare eigenschappen van de plant.

Aan de hand van fenotypering wordt bepaald welke planten bijvoorbeeld de beste smaak of houdbaarheid opleveren, of de opbrengst verhogen. Door die planten te selecteren voor het ontwikkelproces, worden deze genen ingebouwd in het nieuwe ras. Zo worden bestaande rassen verbeterd.

 

 

Bronvermelding: Dit artikel is geplaatst op AGConnect.nl en in het magazine van AG Connect (februari nummer, 2021). 

Written by: USoft

Related posts

TBX event 3 en 4 november 2021

TBX event 3 en 4 november 2021

USoft staat samen met PhenoVation en Lab Services op het TBX event 3 en 4 november 2021 in de Jaarbeurs te Utrecht. Kom onze gezamenlijke oplossing van robotica, fenotyping camerasystemen en low-code software live bekijken. Deze combinatie zorgt voor het automatisch...